- Nieuws
- Over ons
- Ondernemers
- Particulieren
- Pensioen
- E-Tools
- Online schadeaangifte
- Contact



Het kind van mijn cliënt viel op het speelplein van de school en brak hierbij enkele tanden. Het ongeval werd aangegeven bij de verzekeraar van de school die de kosten zal terugbetalen.De tandarts evenals de orthodontist maakten echter voorbehoud voor de toekomst.
Kan de verzekeraar dan de driejarige verjaring inroepen zoals bepaald in de wet op de landverzekeringsovereenkomst indien binnen enkele jaren blijkt dat een nieuwe ingreep noodzakelijk is?
Als de verzekeringsovereenkomst tandverzorging voorziet voor een scholier die valt, heeft het slachtoffer recht op schadevergoeding binnen het in de overeenkomst bepaalde plafond.
Als de schade binnen de 3 jaar aan de verzekeraar werd aangegeven, is de houding van de verzekeraar die het voorbehoud voor de toekomst van tandarts en orthodontist (binnen het plafond) weigert en bijgevolg de driejarige verjaring van art.34 §1 (LVO) inroept foutief. Dit komt neer op machtsmisbruik dat volgens ons door een rechtbank zal veroordeeld worden.
Het is pas vanaf de datum van de weigering van de verzekeraar om het voorbehoud in aanmerking te nemen dat de verjaring (art.34 §4 LVO) begint te lopen. In dit geval beschikt het slachtoffer over 3 jaar om de verzekeraar te dagvaarden.
We mogen immers niet uit het oog verliezen dat art.2262 bis §2 van het Burgerlijk Wetboek over een periode van 20 jaar spreekt als het voorbehoud door een rechter werd erkend!
Voor de kosten die het plafond van de verzekeringsovereenkomst overstijgen kan het slachtoffer nog altijd de aansprakelijkheid van de onderwijzer inroepen. Men moet dan bewijzen dat de onderwijzer aan zijn toezichtplicht heeft verzuimd.
In dit geval moet de school als werkgever instaan voor de schadevergoeding. Maar men zou eveneens de aansprakelijkheid kunnen inroepen van de ouders van de scholier die de val van het kind van uw cliënt veroorzaakte.